Description
Name of property:
Het Curaçaosch Museum
Characteristics:
Detached large building with main floor on high basement, set on a rectangular floor plan. Over core area two adjoining, elongated gable roofs flanked by funnel-shaped gables with 19th-century tops. Galleries with lean-to roofs extend along the south facade and the short east and west facades, with roof tiles also visible from underneath. Gallery on the south facade is mostly open. A 20th century addition on the eastern side includes a large walled terrace and staircase. On the western side, a 20th-century extension with a carillon. Former guardhouse is located a short distance to the east.
Monument value:
Architectural and cultural-historical value as a former military hospital in the traditional architectural style, featuring 19th-century gable tops and galleries, located at the former outskirts of the inner city.
Construction period:
1853 / reconstruction 1947 and 1951
REGISTER OF LISTED HERITAGE
READ MORE
REGISTER VAN DE BESCHERMDE MONUMENTEN
BESCHERMD MONUMENT
Ingeschreven in het register van beschermde monumenten ingevolge artikel 6 van de Monumenteneilandsverordening Curaçao (AB 1990 nº 5)
Plaatselijke aanduiding
Adres : Van Leeuwenhoekstraat z/n
Naam : “Het Curaçaosch Museum”
Wijk : Mundo Nobo
Kadastrale sectie : I – B – 1306
Registratie :
Omschrijving:
VAN LEEUWENHOEKSTRAAT Z/N, ‘HET CURAÇAOSCH MUSEUM
Inleiding
Naar aanleiding van epidemieën in het midden van de 19e-eeuw werd in 1853 op Mundo Nobo, ten westen van de binnenstad en beneden de wind, een militair ziekenhuis gebouwd. Uit Koloniale Verslagen uit 1853 blijkt dat het hospitaal, dat aanvankelijk werd aangeduid als quarantaine-inrichting, voor gele koortslijders was ingericht en dat er 60 zieken werden verzorgd.
Het ontwerp voor een militair hospitaal op Mundo Nobo was van luitenant P.T. Boer en dateert van 28 april 1852. Het gebouw is echter niet helemaal uitgevoerd volgens dit bewaard gebleven plan. In plaats van twee volledige bouwlagen werd een hoofdverdieping op een hoog basement gerealiseerd. In de beoordeling ter gelegenheid van de oplevering van het gebouw in 1853 worden de gemetselde bogen van het basement en die in de open galerij op de verdieping aan de zeezijde (zuidzijde) genoemd. Een goede ventilatie zou bacteriën verdrijven en de houten vloeren koeler en droger houden. Het basement werd als opslagplaats gebruikt. Op de verdieping waren vier grote ziekenzalen. De hoofdingang lag oorspronkelijk aan de zuidzijde. Onder de galerijen aan de korte oost- en westzijde waren regenbakken. Op een foto van voor de verbouwing tot museum zijn nog de overloopgaten van de oostelijk regenbak te zien.
In 1892 werd op Plantersrust een nieuw militair hospitaal gebouwd omdat het gebouw op Mundo Nobo niet meer aan de eisen voldeed. Welke functie het oude ziekenhuis daarna heeft gekregen is niet achterhaald. In 1939 werd vanuit dit gebouw de mobilisatie georganiseerd naar aanleiding van de oorlogsdreiging in Europa. Het gebouw werd kennelijk nog steeds door de militie gebruikt. Tijdens WO II heeft het gebouw dienstgedaan als huisvesting van vluchtelingen uit Europa.
Na de oorlog heeft het voormalige ziekenhuis een culturele functie gekregen. Het gebouw werd door overheid ter beschikking gesteld aan de stichting ‘Het Curaçaosch Museum’. Op 7 maart 1948 vond de officiële opening plaats.
Ten behoeve van de nieuwe functie is het gebouw in 1947 ingrijpend gerestaureerd en verbouwd door de architect J.H. Werner. (1) Hierbij is de oorspronkelijke hoofdingang aan de lange zuidzijde verplaatst naar de korte oostzijde. De oorspronkelijke, eenvoudige rechte trap in de as van de ingang aan de oostzijde is gesloopt om plaats te maken voor een groot terras van beton ter breedte van de kern van het gebouw. In de as van de nieuwe hoofdingang werd een monumentale uitzwenkende trap geplaatst met geajoureerde borstweringspanelen. Aan de lange noordzijde van het voormalige hospitaal is eveneens een terras toegevoegd. Ook hier zijn opengewerkte panelen in de borstwering toegepast.
Oorspronkelijke luiken met shutterkasten zijn vervangen door opgeklampte houten luiken die aan de buitenzijden werden beschilderd met zandloper motieven. (2) Het aantal vensteropeningen aan de korte oostzijde is teruggebracht van 7 naar 5 openingen, waardoor de penanten tussen de ramen breder werden. Om dit te kunnen realiseren is de oostgevel grotendeels gesloopt. Aan de noordzijde is een opening in de oostelijke galerij dichtgezet.
De indeling van de hoofdverdieping, met een centrale lange gang en een dwarsgang tussen de vier ziekenzalen, lijkt wel oorspronkelijk. In de zuidoostelijke zaal zijn echter drie staande vensteropeningen in de noordelijke kernwand dichtgezet.
De materialen en de inrichting van de fogon met schoorsteen en fornu in de zuidwestelijke hoek van het gebouw lijken niet te dateren uit het midden van de 19e-eeuw. Mogelijk heeft er een reconstructie van een oude fogon en fornu plaatsgevonden.
Het basement dat vroeger als opslagplaats werd gebruikt, is deels dieper uitgegraven om meer bruikbare ruimte voor het museum te creëren. Het basement is vervolgens ontsloten door een trap in het westelijke uiteinde van de lange centrale gang.
Verdere wijzigingen die in het interieur hebben plaatsgevonden ten behoeve van het museum zijn de grote doorgangen met een barokke omlijsting van mahoniehout naar de grote zalen vanuit de dwarsgang. De oorspronkelijke deuropeningen waren rechthoekig. De 18e-eeuwse barokke deur met omlijsting van mahoniehout die vanuit de oostelijke galerij toegang geeft tot de zuidwestelijke zaal, heeft mogelijk hiertoe geïnspireerd. Deze deur is afkomstig van de tweede verdieping van Breedestraat 15-17 (Punda) en is volgens Ozinga (1959) aan de arts Ch.J.H. Engels afgestaan door de toenmalige eigenaren van het pand. (3)
Ook de mahoniehouten omlijsting om de vensteropeningen in de zuidelijke zalen is niet oorspronkelijk.
De kapconstructie is tijdens de restauratie in 1947 waarschijnlijk eveneens aangepast of vernieuwd, aangezien de huidige constructie ongebruikelijk is voor Curaçao.
Ten behoeve van het carillon ‘De Vier Koningskinderen’ is in 1951 aan de korte westzijde van het voormalige hospitaalgebouw een halfronde aanbouw van beton met twee bouwlagen en een plat dak toegevoegd. Het ontwerp voor deze historiserende aanbouw is eveneens van de architect Werner. Na zijn overlijden in 1952 werd hij door de museumdirecteur Chris Engels de architect van ‘Het Curaçaosch Museum’ genoemd.
Het klokkenspel is in 1951 in Asten (Brabant) voor ‘Het Curaçaosch Museum’ gemaakt en het is genoemd naar de vier dochters van koningin Juliana. Op de 47 in brons gegoten klokken staan de namen van personen die op Curaçao een belangrijke bijdrage hebben geleverd op sociaal, cultureel, historisch of cultureel gebied en van Antillianen die in WO II zijn gesneuveld.
Beschrijving
Bouwperiode: 1853; restauratie/verbouwing 1947 en 1951
Het voormalige militaire hospitaal is gesitueerd ten noorden van de Van Leeuwenhoekstraat. De nokken van de daken liggen evenwijdig aan de Van Leeuwenhoekstaat.
Een gebouw opgetrokken op een langgerekte rechthoekige plattegrond (27 x 11 meter) over een basement, een verdieping plus kap. Het gebouw heeft een kern met een galerij aan de lange zuidzijde en een galerij aan de korte oost- en westzijde. De galerij aan de zuidzijde is grotendeels open. De kern heeft twee langgerekte zadeldaken waarvan de lange zijden die op elkaar aansluiten. De dakbedekking is aangepast en voorzien van lichtbakken ten behoeve van het museum. (4) De galerijen hebben lessenaardaken die op elkaar aansluiten en waarvan de hoge zijden aansluiten op de kernmuur. De twee zadeldaken zijn gevat tussen twee eenvoudige 19e-eeuwse tuitgevels met schouders en geprofileerde deklijsten. De dakschilden van de zadeldaken en de lessenaardaken eindigen in een goot op de muur. (5)
De gevels zijn gepleisterd en geverfd. De gevels hebben een geprofileerde gootlijst. Deze lijst wordt op de korte west- en oostgevel van de kern doorgezet.
Alle vensteropeningen in de buitengevels van de verdieping hebben dubbele houten luiken en een schuifraam met glas en houten roeden. (6)
Onder de vensteropeningen een doorgaande horizontale smalle lijst die om het hele gebouw wordt doorgezet. Ter hoogte van de verdiepingsvloer een bredere, horizontale omgaande geprofileerde lijst.
In de oostgevel, de huidige voorgevel met de hoofdingang, een brede deuropening in de as van de centrale lange gang in de kern. Aan weerszijden van de deuropening twee halfkolommen met aan de voorzijde een verticale uitsparing en een profilering op de hoeken. Op de uitspringende halfkolommen wordt gootlijst doorgezet. (7) Aan de rechterzijde van de deuropening twee staande vensteropeningen, aan de linkerzijde van de deuropening drie staande vensteropeningen. In de topvelden boven de kern een centraal geplaatste, staande vensteropening met waterlijst. In de openingen opgeklampte houten luiken. In de top boven de vensteropeningen een zes puntige ster.
Voor de hoofdingang, ter breedte van de kern, een terras op een hoog basement. In de as van de hoofdingang een brede uitwaaierende trap. (8) Het terras en de trap zijn van beton en hebben een borstwering met open delen met ajourwerk tussen lage kolommen. Op de vloer van het terras gele IJsselsteen met de platte zijde boven. De trap is bekleed met rode baksteen.
Aan de lange zuidzijde, ter plaatse van de galerij, een grote centraal geplaatste deuropening met een dubbele opgeklampte houten deur. Aan weerszijden van de deuropening tweemaal zes grote boogvormige vensteropeningen. (9) Op het rechter uiteinde van de gevel, ter plaatse van de galerij op het oosten, twee staande vensteropeningen. Op het linker uiteinde van de gevel een staande vensteropening en de uitbouw van een fogon met schoorsteen. (10) In de as van de deuropening een dwarsgeplaatste, massieve rechte trap van steen. Op de treden liggen rode bakstenen. De trap heeft gesloten borstweringen met afgeronde bovenzijden. In het basement aan weerszijden van de trap, tweemaal drie boogvormige openingen. (11)
Op de korte westgevel sluit een halfronde aanbouw aan van beton met een plat dak uit 1951. Deze ligt in de lengteas van de kern en heeft, evenals de kern, een verdieping op een basement. Op het dak van de aanbouw staat een carillon met 47 bronzen klokken en de wijzerplaat van een klok. Op de muur van het basement zijn zes witte tegels aangebracht met in blauw het opschrift: “De 4 Koningskinderen, 12 VIII 1951, beiaard, inlui door Leen ’t Hart”. De horizontale lijsten van het 19e-eeuwse gebouw worden op de 20e-eeuwse aanbouw doorgezet. In de aanbouw op de verdieping vijf staande vensteropeningen, die evenals de andere vensteropeningen voorzien zijn van schuiframen met glas en houten roeden en opgeklampte houten luiken. In de (19e-eeuwse) gevel rechts van de aanbouw op de verdieping drie staande vensteropeningen. Links van de aanbouw twee staande vensteropeningen op de verdieping. In de twee topvelden van de kern telkens een staande vensteropening met een waterlijst. In de openingen opgeklampte houten luiken. Boven in de toppen een zes puntige ster.
In de noordgevel op de verdieping een centraal geplaatste deuropening met waterlijst en opgeklampte dubbele houten deuren. Boven de deuropening een groot boogveld met glas. Het boogveld is omgeven door een geprofileerde lijst. Aan weerszijden van de deur tweemaal drie staande vensteropeningen met geprofileerde waterlijsten en onderdorpels. (12) Voor de deur een rechthoekig balkon van beton met opengewerkte borstwering van steen tussen gesloten delen. Het balkon dateert uit de 20e-eeuw. Het horizontale lijstwerk op de gevel is doorgezet op de borstwering van het balkon. In het basement, aan weerszijden van het balkon, tweemaal drie boogvormige openingen. Op uiteinden van de noordgevel, ter plaatse van de regenbakken in het basement, sluit telkens een dwarsgeplaatst taphokje aan. De taphokjes zijn opgetrokken in steen op een rechthoekige plattegrond en hebben een flauw hellend zadeldakje van steen. Dit wordt aan de voorzijde afgesloten door een fronton. Onder het fronton opgeklampte houten deur.
Interieur
Het interieur van de kern is onderverdeeld in vier gelijke delen door een centraal gang in de lengterichting en een centraal geplaatste dwarsgang. De doorgangen naar de gangen hebben rondbogen. In de lange gang dwarsgeplaatste rondbogen met een massieve bovenzijden op regelmatige afstanden. Op de vloeren van de gangen brede houten delen. De lange gang wordt aan de westzijde afgesloten door een houten balustrade. Hierachter, ter breedte van de gang, het trapgat van de trap naar het basement. (13) De trap is bekleed met baksteen.
De kernwanden, die aan de galerijen grenzen, hebben staande vensteropeningen met schuiframen met glas en houten roeden. In de galerij op het zuiden tweemaal drie vensteropeningen. In de galerij aan de oostzijde een vensteropening en een barokke deur in de zuidoostelijke muur en een [dichtgezette] vensteropening in de noordoostelijke muur. In de galerij aan de westzijde een dichtgezette vensteropening in de zuidwestelijke muur. In de noordwestelijke muur een deur. (14)
De doorgangen naar de vier grote zalen in de dwarsgang liggen in elkaars assen en zijn bij de verbouwing in 1947 gewijzigd in grote openingen met een barokke omlijsting van mahoniehout. Destijds zijn ook de binnenzijden van de vensteropeningen in de zuidelijke zalen voorzien van een omlijsting van mahoniehout. In de twee zuidelijke zalen zijn de dwarsgeplaatste balken met houten delen van de zoldering in het zicht. Op de vloeren liggen brede houten delen. In de noordwestelijke zaal liggen eveneens brede houten delen op de vloer. (15) Aan de lange zijden van de vier zalen zijn in de vloeren ventilatieopeningen afgedekt met een raster van hout.
Op de vloeren van de galerijen liggen gele IJsselstenen met de platte zijde naar boven. (16) In de galerijen is de dakconstructie en de onderzijde van de dakpannen in het zicht.
In het basement zijn de muren van de kern in het zicht. Hierin zijn evenals in de buitenmuren van de kern boogvormige openingen. In de oost- en westzijde van het basement zijn regenbakken. De vloeren van het basement zijn afgewerkt met cement. (17)
Wachtershuisje
Op korte afstand ten zuidoosten van het museum staat het voormalige wachtershuisje. Het is opgetrokken in steen over een rechthoekige plattegrond over een bouwlaag plus kap. Een zadeldak met overstek gevat tussen twee tuitgevels met schouders. De nok is oostwest gericht en ligt evenwijdig aan de nokken van het voormalige hospitaal.
De gevels zijn gepleisterd en geverfd. In de voorgevel aan de noordzijde een centraal geplaatste deuropening met aan weerszijden een staande vensteropening. Boven de openingen waterlijsten. (18) In de deuropening een dubbele opgeklampte houten deur. In de vensteropeningen opgeklampte houten luiken. (19) In de korte gevels aan de oost- en westzijde een staande vensteropening met waterlijst. Op de westzijde sluit een hoge bak aan en een lage bak met een schuin dak. (20)
Op korte afstand ten westen van het wachtershuisje staan twee vierkante kolommen van steen met een profilering aan de bovenzijde en dekplaten. De kolommen hebben aan de noordzijde tweemaal twee duimgehengen. Tussen de kolommen en het wachtershuisje is een lage muur. (21)
(Opmerkingen:
- De tekeningen en het bestek van de verbouwing van Werner waren niet beschikbaar bij het maken van deze beschrijving.
- Zandloper motieven zijn niet kenmerkend voor de architectuur op Curaçao.
- Ozinga (1959) pag. 168-170.
- Het is niet duidelijk in hoeverre de oorspronkelijke dakconstructie is gewijzigd in 1947. Ten behoeve van de toevoer van daglicht in het museum zijn aan weerszijden van de zakgoot (tussen de twee zadeldaken) enkele rijen dakpannen vervangen door glasplaten.
- De oorspronkelijke dakpannen (oudhollandse pannen) zijn vervangen. Op een oude kleurenfoto is te zien dat er zwarte pannen op het dak lagen.
- Dit is echter niet de oorspronkelijke situatie. Op een foto van voor de verbouwing (omstreeks 1939) is te zien dat er shutterramen waren in de oostgevel. Aan de noordzijde waren geen opgeklampte houten luiken.
- Het is niet duidelijk of deze kolommen er oorspronkelijk waren.
- Het terras aan de oostzijde met de stenen trap is een toevoeging van tijdens de verbouwing in 1947.
- Kenmerkend voor het 19e-eeuwse gebouw is dat deze openingen volledig open zijn, zonder hekwerk, vensters of luiken.
- De fogon en de schoorsteen zijn waarschijnlijk tijdens de verbouwing in 1947 gereconstrueerd of toegevoegd.
- In deze openingen zijn thans dubbele houten poorten geplaatst. Oorspronkelijk waren de openingen in het basement open ten behoeve een optimale ventilatie.
- De waterlijsten en de onderdorpels zijn latere toevoegingen. Ze staan niet op de foto van omstreeks 1939.
- Deze trap is gerealiseerd tijdens de verbouwing in 1947.
- Het is niet duidelijk of de deuropening in de noordwestelijke muur oorspronkelijk is.
- In de noordoostelijke zaal ligt een parketvloer uit 1947 of later.
- Deze vloeren zijn niet oorspronkelijk en zijn tijdens de verbouwing in 1947 gelegd.
- De vloeren van het basement waren oorspronkelijke gelijk aan het maaiveld. De bestrating om het museum is niet origineel en dateert van 1947 of later.
- De waterlijsten van het gebouwtje lijken niet origineel.
- Dit waren oorspronkelijk dubbele opgeklampte houten luiken.
- De functie van de bakken was mogelijk een watervoorziening.
- De lage muur is mogelijk een restant van de voormalige erfscheiding van het terrein.)
[Storende elementen
– De aanbouw aan de zuidzijde van het wachtershuisje.]
Redengeving
Het bouwwerk als boven beschreven is van algemeen belang op grond van de volgende waardestellende criteria:
- Stedenbouwkundige ensemblewaarde vanwege de situering vlak bij het voormalige quarantaine gebouw, dat eveneens uit het midden van de 19e-eeuw dateert.
- Architectuurhistorische waarden, vanwege het bijzondere belang van het object voor de geschiedenis van de architectuur van Curaçao zijnde een voormalig militair hospitaal uit het midden van de 19e-eeuw gebouwd in de traditionele bouwstijl met een kern en galerijen en vanwege het feit dat de naam van de architect bekend is.
- Cultuurhistorische waarden zijnde een gebouw dat van belang is voor de geschiedenis van de defensie en gezondheidzorg op Curaçao in de 19e-eeuw.
- Cultuurhistorische waarden vanwege de museumfunctie van het gebouw sinds 1949.
- Zeldzaamheidswaarde, zijnde het uitzonderlijk belang van het object wegens de relatieve zeldzaamheid met betrekking tot bovengenoemde kwaliteiten.
Tot het hierboven vermelde monument behoort al hetgeen dat door bestemming of anderszins rechtens onroerend is.
Kadastrale sectie: I – B – nr. 1306
Soort recht: eigendom
Gerechtigden: Stichting ‘Het Curaçaosch Museum’
Adres: Van Leeuwenhoekstraat z.n., Willemstad, alhier
Datum inschrijving Monumentregister: 22 juni 2022
Afschrift hypotheekbewaarder, d.d. : 22 juni 2022
De Secretaris van de Monumentenraad Curaçao:
Willemstad, d.d.: . 22 juni 2022
Eugenique Wilkins
Aanwijzingsbesluit nr. 2020/44531 + 2019/012299 d.d. 8 januari 2021
Publicatie d.d.: 13 december 2021
Terinzagelegging gedurende zes weken
Vanaf d.d.: 13 december 2021 tot 24 januari 2022
bijlage:
monumentenkaart met kadastrale situering van het beschermd monument en de bouwkundige eenheid waarop de beschrijving in het monument betrekking heeft.
Bijzonderheden:


